Zie voor geplande Activiteiten de AGENDA
Ondernomen Activiteiten
Ondernomen Activiteiten
Excursies.
De Heemkundevereniging Brunssum organiseert voor haar leden en partners elk jaar een excursie in onze regionale omgeving.
Belangstellenden kunnen zich daarbij aansluiten.
In 2000 wandelden we door Brunssum. We besteedden aandacht aan de ontwikkeling, die ook in de woningbouw herkenbaar was.
In 2002 bezochten we het Industrion te Kerkrade .
In 2003 was het complex Rolduc ons doel. Een gids verzorgde de toelichting.
Excursie Sittard 2004.
Om 13.15 uur zijn we met 15 personen in 4 auto’s vanaf het verzamelpunt aan de Schoolstraat 4 in Brunssum vertrokken richting Sittard. Om 14.00 uur zijn wij in Sittard vanaf het stationsplein gestart met de rondleiding door historisch Sittard, onder leiding van de deskundige stadsgids, de heer van Luyn.
Eigenlijk was het nog een stukje lopen vanaf het stationsplein naar de historische binnenstad, want het station werd honderden meters buiten Sittard aangelegd. Later is de binnenstad naar het station toegegroeid (en nog ligt het station aan de rand van Sittard). Het station is in 1865 aan de spoorlijn Maastricht-Venlo gebouwd, midden in het veld buiten Sittard. Daarom is voor de toeloop richting de oude binnenstad de Stationsstraat, de Steenweg aangelegd c.q. doorgetrokken. We steken de Rijksweg over en gaan richting het oude centrum van de stad. Bij de Walstraat-Begijnenhof bereiken we de oude binnenstad, deze was omringd door een aarden wal. Via de begijnenhof met enkele oude statige panden, bereiken we de St. Petruskerk. Deze middeleeuwse kerk met haar 80 meter hoge toren hebben we ook van binnen kunnen bezichtigen. Deze kerk die sinds 1299 kapittelkerk was, vormt samen met de tiendschuur, de voormalige Latijnse school en enkele voorname kapittelhuizen aan en rond het Kloosterplein een historisch geheel. Een van die huizen hebben we van de bewoners van binnen mogen bezichtigen. Daarna hebben wij via de Ursulinestraat een bezoek gebracht aan de restanten van de oude fortificatie van de stad. We liepen over de oude stadswal langs het oude Ursulinen-(meisjes) scholen complex. Uiteindelijk bereikten we het oude Dominicanen klooster-scholen-complex. Op deze locatie wordt het allereerste Fort Sanderbout (Huis op de Berg) vermoed. Het Dominicanencomplex is omstreeks1850 door de Jezuïeten overgenomen. Deze hebben er een middelbare school voor jongens gesticht.
Vandaar uit wordt de tocht voortgezet via de Putstraat richting de Markt. Op de Markt ligt onder andere de Michielskerk, dit was tot 1800 een Dominicanenkerk die in 1850 door de Jezuïeten is overgenomen.
Vandaar uit maken we nog een uitstapje naar de oude Hervormde Kerk aan de Molenbeekstraat. Daar nemen we omstreeks 17.30 afscheid van onze enthousiaste gids de dhr. van Luyn.
Het algemene beeld van deze excursie is een van verrassing en verwondering. Er blijkt maar uit hoe weinig de mensen uit de regio Brunssum-Heerlen van deze mooie stad weten. Dat heeft voornamelijk te maken met de politieke situatie van vòòr 1800. Toen was Brunssum en omgeving Oostenrijks grondgebied, Sittard en omgeving Gulliks (Duits/Pruisisch) en Heerlen en omgeving Staats (Holland’s). Sittard is een verassende, schitterende oude stad, die met een gids zoals de heer van Luyn zijn historische schatten graag prijs geeft.
Door: Marcel Senden.
Excursie Wijnandsrade 2005.
Onder het genot van koffie en vla volgden we een diapresentatie, die de historie en renovatie in beeld bracht. Een rondleiding door het kasteel, de ernaast liggende motte en de bijbehorende kerk, was verhelderend en interessant.
Excursie Valkenburg aan de Geul 2006.
We bezochten we op 13 mei 2006 Valkenburg aan de Geul.
We startten te 14.00 uur bij het hekwerk voor de kasteelruïne aan de voet van de Cauberg.
Als opening geeft onze gids, de heer Kwakkemaat, een uiteenzetting van de ontwikkeling van het kasteel. Dat doet hij a.d.h. van een viertal maquettes die geplaatst zijn in de voortuin van de ruïne. Aanvullende info en afbeeldingen van de verdedigingswerken, met inbegrip van het verleggen van de Geul, krijgen we op een A-4, wat tevens de meest markante punten zijn in de aansluitende rondwandeling. Hierin komen stadspoorten, stadsmuur, hoektorens, bruggen, molens en dit soort onderwerpen aan de orde; en natuurlijk de uiteindelijke vernietiging van het kasteel.
Op een terrasje wordt de dorst gelest en onze begeleider bedankt.
Excursie Echt 2006.
Eind mei 2006 werden wij
door de HKV - Vrienden van Wijnandsrade uitgenodigd deel te nemen aan een bezoek
aan het Maasdorp Echt.
De Heemkundevereniging Echt wil ons laten zien hoe een aantal elementen in het
verleden bepalend zijn geweest voor de huidige situatie. Er zijn 2
zwaartepunten.
De H. Landricuskerk is in meerdere herkenbare fasen uitgebreid tot zijn huidige
omvang. ( o.a. door architect Cuypers) Forse beschadigingen gedurende de 2e
wereldoorlog hadden ook gevolgen. Naast kunst uit de 14e eeuw zien we
recente werken; glas in lood ramen van een lokaal kunstenaar zijn hiervan een
exponent.
Op het naastgelegen kerkhof bezoeken wij de "adellijke" grafkelder waar nog
enige nissen beschikbaar zijn. Het hele complex is vroeger omsloten geweest door
een gracht.
Een prominente positie heeft in Echt het kasteel Verduynen, dat op loopafstand
van de H. Landricuskerk ligt. Een gedeelte van het prachtige en ruime park is
voor ons toegankelijk. Ook hier is de gracht prominent aanwezig.
De St. Rochuskapel, die op het programma staat komt door tijdgebrek niet meer
aan de orde. Dat weerhoudt ons niet ervan de aangeboden koffie en vla met smaak
te nuttigen om daarna, dankend voor het gebodene, naar Brunssum terug te keren.
Excursie Vaals 2007.
We zijn op zaterdag 30 juni 2007 om 14 uur 15 onder leiding van de gids, Jo Pelzer van de VVV Vaals bij het VVV kantoor aan Maastrichterstraat vertrokken voor de Historische Stadswandeling Vaals.
Het eerste haltepunt was het Von Clermontplein. Gezichtbepalend voor dit plein is 'het van Clermonthuis', het huidige gemeentehuis van de gemeente Vaals. Dit gebouw werd in 1760 in opdracht van Johann Arnold von Clermont ontworpen door de Italiaanse architect Moretti. Het was een woonhuis annex lakenfabriek. In de volksmond is het sedertdien ook altijd door het leven gegaan als 'het van Clermonthuis'. De komst van de Duitser Johann Arnold von Clermont naar Vaals heeft een groot stempel op de geschiedenis van Vaals gedrukt. Hij woonde oorspronkelijk in Aken maar bezocht al eerder de Lutherse Kerk in Vaals (die oude Luhterse Kerk staat nog steeds vlak naast dit gebouw, tegenwoordig in gebruik als Museum / Uitvoeringszaal, bij Vaalsenaren beter bekend als 'De Kopermolen').
Van 1761 tot 1764 is er aan het van Clermonthuis gebouwd. In diezelfde tijd liet von Clermont ook het buitenverblijf 'Bloemendaal' bouwen en werd het veel oudere kasteel Vaalsbroek rigoureus verbouwd. De (nu nog) meest bezienswaardige gebouwen van Vaals stammen dus allemaal uit dietijd. Tsaar Peter de Grote kwam op bezoek, Napoleon streek er neer om bij von Clermont lakens te bestellen. In de 19e eeuw ging het gebouw over in handen van de familie Tyrell. Toen de familie Tyrell uitstierf werd het gebouw openbaar verkocht. Het gehele interieur werd ontmanteld, wandschilderingen, lambriseringen, meubilair, alles verdween naar elders. Na 1945 werd het gebouw opgekocht door een aannemer, die er een woonbestemming aan gaf.
De complete indeling werd voor dat doel gewijzigd, trappenhuizen weggebroken, keukens en slaapkamers toegevoegd, plafonds verlaagd.
Er brak brand uit, waarbij grote schade ontstond aan bijvoorbeeld de grote ornamentplafonds in de zuid-vleugel. In 1950 kocht de Gemeente Vaals het pand. In 1969 werden de eerste plannen gemaakt voor een forse restauratie en in de ingebruikneming als Gemeentehuis. In 1975 startten de werkzaamheden en eind 1978 was de operatie voltooid. We lopen even links om het om het gemeentehuis heen door een oude straat. Links staat een zeshoekig gebouwtje, Museum de Kopermolen. Vroeger stond bij deze plek een molen, het gebouw zelf stamt uit 1737 en werd gebruikt als kerk voor de Lutherse gemeente. Als men achter de Kopermolen linksaf gaat, onder de boog door, komt men op de Koperhof, die zoals de naam al zegt bij de molen hoorde. De Lutherse gemeente kocht het perceel in 1695 om de stroom van vluchtelingen uit Aken op te vangen.
Iets verderop, in de hoek, loopt een stroompje over een paar trapjes. Dit kleine riviertje (de Gau) zorgde vroeger voor de waterkracht die nodig was bij het vollen van de wol, en het spoelen en verven van de stoffen. Later werd deze plek een wasplaats voor omwonenden.
We lopen nu terug achter het gemeentehuis langs. Links ligt een vervallen pand het ‘Verves’, dit was lange tijd een weverij. Rond 1600 was er een zaal achter de zuidvleugel van het gebouw die als kerk diende van Mennonieten en Wederdopers, protestantse geloofsgemeenschappen die ook uit Aken afkomstig waren en de vervolgingen ontvluchtten.
In de tijd die volgde waren er naast de rooms katholieke kerk maar liefst vier protestantse kerken in Vaals. Zo waren er de Lutherse kerk, Nederlands hervormde kerk, Frans/Waalse kerk en de Mennonietenkerk. Tevens had Vaals een synagoge.
We lopen nu een heel eind door Vaals, om uiteindelijk bij een van de oudste gebouwen van Vaals te komen. Aan de overzijde van de straat ligt een grotendeels uit mergel opgetrokken complex, de hoeve St. Adalbert, al bekend uit een schenkingsakte uit 1041 van de Duitse keizer Hendrik III en de eerste vermelding van Vaals. Deze oude hoeve wordt momenteel verbouwd, waarna Heemkunde-kring Sankt Tolbert uit Vaals er onderdak zal vinden.
Als we een paar honderd meter de straat af lopen komen aan Kasteel Bloemendal.
Het schijnt dat Napoleon er gelogeerd heeft met zijn Josephine en verder nog wel meer beroemdheden. Na de tijd van de Clermonts, na 1848, was het kasteel een tijdlang in gebruik als klooster van de orde van Dames du Sacre Coeur en als exclusief meisjespensionaat, bekend tot ver over de grenzen. De moeder van president John F. Kennedy, Rose Kennedy heeft er op pensionaat gezeten. Na 1990 is het complex gerestaureerd en in gebruik genomen als een luxe hotel.
Nu lopen we achter Kasteel Bloemendal door een park, de berg op, terug naar het centrum van Vaals. Kasteel Bloemendal was het verblijf van Johann von Clermont. Het is gebouwd in 1791-1795 naar een ontwerp van door J. Moretti. Het heette toen Schloss Blumenthal.

Terug in Vaals staan we stil bij de Der Bau of "Der Baj", deze voormalige naaldenfabriek en woonhuis werd in 1777 gebouwd in opdracht van Groot Hogemeester der vrijmetselaren Jacob Kuhnen, die vanuit Aken naar Vaals kwam. In 1835 is de naaldenfabriek opgeheven. Momenteel zijn er woningen in gevestigd. Iets verderop staat de "Cereshoeve" , boerderij en herenhuis uit 1777, behorende bij de hiernaast gelegen naaldenfabriek en woonhuis van Jacob Kuhnen. In het timpaan is de godin van de landbouw Ceres afgebeeld. Architect is J. Moretti.
Verderop, we zijn nu weer af aan het dalen richting het oude centrum van Vaals, wijst de gids ons op het straatnamen bord met de aanduiding ‘Viergrenzenweg’. Deze naam stamt nog uit de periode 1839 – 1918, toen Neu Moresnet nog bestond. Vaals had in die periode met Nederland, België, Duitsland en Neu Moresnet een vierlandenpunt.
Het volgende monument op onze route is de "Ned. Hervormde kerk", voltooid in 1671. Architect was Pieter Post. De kerk werd in opdracht van de Staten Generaal gesticht ten dienste van de talrijke hervormden, die in Aken e.o. vanwege hun Godsdienst werden vervolgd. De kerk is voor de Protestantse eredienst gebouwd; als zodanig is zij de oudste in Limburg. De toren van de kerk is een zogenaamde verdedigingstoren uit de 13e eeuw. Hij werd al in de 14e eeuw gebruikt als kerktoren van de oude St. Pauluskerk; deze katholieke kerk stond op de plaats waar nu de parkeerplaats is. Tot 1893 fungeerde de toren voor twee kerken.
Aan het eind van de Akenerstraat, bij de grens met Duitsland, staat de "Klèng Wach", een voormalig douanekantoortje (1890). Door de ligging van Vaals, ingebed tussen de Duitse en Belgische grenzen, werd er in het verleden bij het leven gesmokkeld. Dit kleinste en hoogst gelegen douane en controlehuisje is verhuurd aan Heemkundekring Sankt Tolbert Vaals. Deze vereniging heeft het ingericht met interessante foto's, kaarten en grensstenen.
Tegen het huisje staat een oude grenssteen met het wapen van de Vrije Stad Aken, een van de oudste grensmarkeringen die in Nederland te vinden zijn. Voorbij de betonnen paaltjes begint Duitsland; hier loopt u het aan Vaals vastgeplakte Vaalserquartier in, tegenwoordig deel van de stad Aken.
Achter de Akerstraat, men moet dan een steegje in lopen (hebben we niet gedaan) ligt de "Frans Waalse kerk". Deze voormalige kerk werd gebouwd in 1667 door de Frans-Waalse Gereformeerde Gemeente aan de toenmalige hoofdweg van Aken naar Maastricht. Vanaf 1803 eigendom van Hoogduits Gereformeerden. In 1837 koopt Pieter Braun het gebouw en brengt er verdiepingen en een bakkerij in aan.
Als laatste gebouw van deze historische wandeling door Vaals bezichtigen we de monumentale neogotische "R.K. St. Pauluskerk" gebouwd tussen 1891 en 1893 naar een ontwerp van de architect Johan Kayser. Zij verving de oude St. Pauluskerk, die 150 meter zuidelijker op de huidige parkeerplaats stond. De gebrandschilderde ramen dateren uit 1901. De toren met kruis is 68 meter hoog. Het neogotische interieur is nog grotendeels aanwezig. Het bevat verder werken van Vaalser kunstenaar Frans Griesenbrock.
Na de bezichtiging van de St. Pauluskerk, hebben we afscheid genomen van de gids J. Pelzer en hebben we in het centrum van Vaals op een terras een glaasje gedronken alvorens tegen half zes terug te keren naar Brunssum.
Tekst en foto: M. Senden.
Excursie Simpelveld 2008.
Op zaterdag 6 september 2008 vond de jaarlijkse excursie plaatst. Dit jaar stond een bezoek naar Simpeldveld op de agenda. Vanaf het verzamelpunt aan de Schoolstraat in Brunssum zijn we omstreeks 12.20 met twee auto’s naar Simpelveld gereden.
Daar ontmoeten wij voor het gemeentehuis de gids mevrouw Ine Scholl van de heemkundevereniging “De Bongard”. Zij vertelde in het kort iets over de heemkundevereniging “De Bongard” van Simpelveld – Bocholtz. 240 leden. Het aantal leden kan variëren. Vervolgens zijn we de hal van het gemeentehuis ingegaan om de daar opgestelde replica van de sarcofaag van Simpelveld te bekijken.
De sarcofaag
Gevonden bij graafwerk voor de kelder van een huis aan de Stampstraat. Daar in de buurt (hoek Stampstraat-Remigiusstraat) heeft een kleine Romeinse villa gelegen. De sarcofaag is zo bijzonder, omdat zij de enige kist met zo’n uitzonderlijk binnenreliëf is, die ten noorden van de alpen gevonden is. Het origineel bevindt zicht in museum in Leiden.

Als we het Gemeentehuis verlaten te hebben, lopen we achter het gemeentehuis om, om via de vroegere tuinen van het klooster in de kloosterstraat te belanden. In deze Kloosterstraat liggen twee bijzondere gebouwen, namelijk de meisjesschool en het klooster.
De meisjesschool is in 1928 gebouwd in de stijl van de “Amsterdamse School”, dat wil zeggen dat als bouwmateriaal hoofdzakelijk rode baksteen is gebruikt.
Het naast de meisjesschool liggende klooster (Huize Loretto) is gebouwd 1875 met als doel 800 personen (zusters en weeskinderen) te huisvesten.
De neogotische kerk van Maria Boodschap, die een onderdeel van het klooster vormt, is gebouwd in 19de eeuw.
Zuster Waltraud heeft ons in deze kerk rondgeleid. Zij heeft ons bijvoorbeeld gewezen op de bijzondere tegelvloer (ongebruikelijk in die tijd) en de aparte kerkbanken komend van elders uit Duitsland.

De kerk bezit een mooi altaar waaraan later een groot tabernakel is toegevoegd om een grote monstrans in te zetten. Op het altaar staan middeleeuwse beelden van de apostelen Petrus en Paulus en verder staan er nog negentiende-eeuwse beelden van engelen. Onder het altaar bevinden zich enkele relikwiekamertjes, dit zijn doorzichtige kastjes waarin de relikwieën bewaard worden.
Bij de graftombe van Clara Feij vertelde zuster Waltraud over het leven van Clara Feij (een in 1815 in Aken geboren fabrikantdochter) en over de geschiedenis van de door haar gestichte orde. Deze orde, de congregatie der Zusters van het arme Kind Jezus, werd in 1878 als gevolg van de KulturKampf uit Duitsland verdreven. De orde vestigde zich in Simpelveld omdat dit dicht bij Aken lag.

Na het verlaten kloosterkerk lopen we verder langs het klooster. We zien in de verte tussen de bomen de contouren van het Damiaanklooster, dat wij niet bezoeken. We lopen nu verder door een woonwijk en dan zijn we tussen de huizen door de resten van een oude brikettenfabriek. De gids verteld het verhaal van de kinderen die daar moesten werken onder erbarmelijke omstandigheden. Iets verderop komen we uit aan de Schiffelderstraat waar de woning van de brikettenmeester (soort opzichter) staat.
Vandaar uit lopen we een stukje langs het spoor (over de bielzen) van het miljoenenlijntje naar de loods (werkplaats) van Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij (ZLSM). Daar waren vrijwilligers aan het werk aan de replica van de Arend (Nederlands spoorwegmuseum Utrecht) en we bezochten een in restauratie zijnde Pullman wagon.
Lopen verder langs de rails en passeren seinhuisje en bereiken vervolgens station.
Van af de stationstraat zien we in de diepte (het dal van de Eyserbeek) de Irmstraat een oude straat (1100-1200) met nog veel oude boerderijen. We zien aan de overkant de hoogte de Huls (Molsberg). We dalen via een voetpad af van de stationsstraat naar de Irmstraat om enkele oude boerderijen van dichtbij te bekijken. We komen langs Café ‘Aud Zumpelveld’ (home van de heemkundevereniging De Bongard) en we bereiken via de Pastoriestraat het plein met de kerk en de oude pastorie.
De allereerste St. Remigiuskerk is omstreek 1100 gebouwd. In de loop der eeuwen is de kerk een aantal keren verbouwd. De huidige kerk ontstond na de laatste grootschalige verbouwing in de periode 1921-1937.
De zeer grote pastorie dateert oorspronkelijk uit 1683. In 1778 vond een verbouwing plaats waarbij de pastorie werd uitgebreid. De pastorie heeft een bijzondere uitstraling door haar kozijnen van Naamse steen en de gevelsteen boven de ingang.
Op het terras van Maxime (Vroenhofstraat) worden we door de Heemkundevereniging de Bongard getrakteerd op een kopje koffie.
Van af het terras, waar de rondleiding in feite geëindigd is, lopen we via de Kloosterstraat en de Marktstraat naar de parkeerplaats achter het gemeentehuis waar wij omstreeks 16 uur 15 afscheid nemen van onze gids mevrouw Scholl.
Tekst en foto’s: M. Senden.
Excursie Gangelt, 2009.
Op zaterdag 26 september zijn wij om 14.00 uur bijeengekomen bij het nieuwe raadhuis in Gangelt. Daar werden we welkom geheten door onze gids mevr. Monika Tholen. Ik kreeg van haar een tekst, die in grote lijnen de historische informatie behorend bij de excursie weergeeft. Een groot gedeelte van deze tekst heb ik gebruikt bij het schrijven van het onderstaande verslag.
Bij deze excursie is er aandacht voor de algemene historie van de stad en de parochie Gangelt. Verder is er speciale aandacht voor het nieuwe gemeentehuis, de Mercatorschool, de parochiekerk, het kerkhof, de Freihof, de oude markt en omgeving en de oude verdedigingswerken.
De historie van Gangelt in kort bestek
De plaats Gangelt wordt in de schriftelijke bronnen voor het eerst vermeld in 828, zijnde een koningsgoed van Karel de Grote.
Rond de jaren 1100 en 1150 kwam Gangelt door geplande adellijke huwelijken en door de deling van erfenissen voor de duur van 200 jaren in het bezit van de heren van Heinsberg.
In de veertiende en vijftiende eeuw kreeg Gangelt stenen vestigingsmuren met dertien torens. Naast schiettorens waren er vier poorttorens. Van deze poorttorens zijn er nu nog twee over. Ook behouden zijn de Burgtoren, grote gedeelten van de stadsmuur en de uit de eerste helft van de vijftiende eeuw stammende parochiekerk St. Nikolaus. Nu is nog te zien dat de straten van het centrum van Gangelt zich om de historische kern met de Freihof en de kerk buigen.
In het jaar 1484 komt Gangelt in het bezit van de hertog van Jülich. In dat zelfde jaar brak door de schuld van een bierbrouwer een brand uit, die het merendeel van de huizen van de stad verwoeste.
In 1542 werd als gevolg van de “Jülicher Fehde” (erfopvolgingoorlog) bijna alle huizen door de troepen van Spaanse keizer Karel V in brand gestoken. Slechts drie huizen bleven gespaard. Tevens werden alle inwoners van hun bezittingen beroofd.
Tijdens de dertigjarige oorlog (1618 tot 1648) werd Gangelt in een tijdsbestek van acht jaar tot vijf keer toe door vijandelijke troepen bezet en geplunderd. Ook de pest en cholera brachten dood en verderf.
Onder het Franse regime verloor Gangelt in 1798 haar stadsrechten. Waarna het in 1815-1816 aan Pruisen werd toegevoegd.
Onder het regime van Pruisen behoorde de “bürgermeisterei” Gangelt tot de Kreis Geilenkirchen. Sinds 1932 is Gangelt eerst als gemeentelijke instelling, daarna als zelfstandige gemeente aangesloten bij de nieuw gevormde gemeente Selfkant, Kreis Geilenkirchen-Heinsberg (later Kreis Heinsberg).
De naam Selfkant is ontstaan uit de streek “am Saeffelbach”, het meest westelijk gelegen grensgebied van de Kreis Heinsberg.
Rondleiding door de historische stad Gangelt
Ik zal de rondleiding verslaan aan de hand van de afzonderlijke aandachtspunten, waarbij de gids, mevr. Tholen, langer bleef stilstaan om meer historische achtergrondinformatie te geven.
Het nieuwe gemeentehuis.
Het nieuwe gemeentehuis is gebouwd in het jaar 1980. Bij het ontwerp van het gebouw heeft men getracht rekening te houden met de historische omgeving van het gebouw. Naast het gemeentehuis ligt namelijk de meer dan honderd jaar oude Mercatorschool, er tegenover staat de middeleeuwse burchttoren (Burgturm) en schuin er achter ligt de eeuwenoude St. Nikolauskerk met de historische kern van Gangelt.
Het gemeentehuis toont o.a. het gemeentewapen van Gangelt. Dit gemeentewapen is afkomstig van een zegel uit het jaar 1351. Het wapen toont een zwarte leeuw met een dubbele staart, op een gouden achtergrond met een witte dwarsbalk.
Aan de muur hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis aan de joodse slachtoffers van de tweede wereldoorlog. Er staat op “Die Opfer mahnen uns”, dit betekent zoiets als “De slachtoffers herinneren ons er aan”.
Verder is er een informatiescherm waarop aan een kant de gemeente Gangelt met alle 19 dorpskernen en straatnamen staat afgebeeld. De andere kant laat in chronologische volgorde de lange en vaak tragische geschiedenis van Gangelt zien.
De Mercatorschool
De Mercatorschool was vanaf 1904 tot 1974 de basisschool van Gangelt. Daarna werd deze school vele jaren gebruikt voor het lesgeven aan minderbegaafde personen. Thans is er een congreshotel met restaurant en wellness-faciliteit gevestigd.
Geschiedenis van de parochie.
Het in het jaar 828 als koninklijk eigendom vermelde Gangelt had toen waarschijnlijk al een kerk. Omstreeks 1230-1234 was Tirricus “Leutpriester” in Gangelt. In het jaar 1261 wordt Gangelt vermeldt als zijnde een parochie. In 1268 schenkt Theodorik II van Heinsberg het patronaatsrecht van de kerk aan het Premonstratenzer vrouwenklooster van Heinsberg. In 1277 werd Höngen afgescheiden van de moederparochie Gangelt. In 1343-1344, wordt de kerk van Gangelt in het Heinsberger klooster ingelijfd. Vanaf toen waren tot na de ontbinding van de kloosters in 1802, meestal Norbertijnen pastoor van Gangelt. In 1300 is het Johannes-de doper-altaar door de burgers van Gangelt geschonken. In 1301 is het Georg-Barbara-altaar door de Heren van Heinsberg geschonken en in 1351 is het Katharina-altaar geschonken door de gelijknamige broederschap.
In 1550 worden verschillende vrouwen uit de parochie Hastenrath in een visitatierapport vermeld als behorende tot de wederdopers.
In 1559 werden bij de oprichting van het nieuwe bisdom Roermond, de tot nu toe bij de parochie Gangelt horende kapellen van Jabeek, Etzenrade, Brunssum en Schinveld toegewezen dit nieuwe bisdom. Birgden werd in 1687 onafhankelijk. Gangelt, dat tot 1802 deel uitmaakte van het landkapitel Susteren in het aartsdiaconaat Kempen van het bisdom van Luik, werd parochie in het Kanton Geilenkirchen in het nieuwe bisdom Aken. Na de opheffing hiervan in 1827 viel het onder het dekenaat Geilenkirchen van het aartsbisdom van Keulen. In 1925 werd het dekenaat Gangelt opgericht. In 1855 werd Langbroich afgescheiden van Gangelt en verheven tot een zelfstandige parochie. Hastenrath kreeg vanaf 1869 meer autonomie, sinds 1914 worden ook plechtigheden gehouden in de kerk van Hastenrath. Stahe werd in 1924 zelfstandig qua zielzorg en in 1927 ook vermogensrechtelijk zelfstandig.
De parochiekerk St. Nikolaus
De parochiekerk St. Nikolaus, gebouwd op het hoogste punt van het oude Gangelt, is het middelpunt en herkenningspunt van de gemeente Gangelt. De kerk is een beschermd monument en herbergt verschillende hoogwaardige kerkelijke kunstschatten.
Opgravingen hebben aangetoond dat op de locatie van de huidige kerk in 12de - 13de eeuw een kerk met drie schepen werd gebouwd. De krachtige toren dateert uit de 14e eeuw. De toren (40 meter hoog) wordt geheel ingesloten door het bakstenen schip uit de 15e eeuw, waaraan het misschien nog iets oudere koor aansluit. De westelijke zijde van de toren werd gebouwd in 1518-1519. De ramen van de kerk zijn voorzien van gotisch maaswerk. De geribde gewelven worden ondersteund door zware, vierkante zuilen, die de kerk verdeelt in drie beuken. Interessant zijn de rijk versierde consoles en sluitstenen van de gewelven. Onder de ramen bevinden zich korfbochtige stroken. In 1860 werd de kerk aan de hand van de plannen van Johann Burkart uit Aken, vanaf de grond af gerestaureerd en gerenoveerd. Ook na 1860 zijn tot in de huidige tijd meerdere renovaties uitgevoerd. In het geheel echter, bleef het beeld van een grote gotische kerk intact.
Interieur van de St. Nikolauskerk
Bij de hoofdingang aan de westelijke zijde van de toren staan de wijwaterbakken en de doop-vont. Dit zijn waarschijnlijk overblijfselen uit de Romaan-se kerk uit de 12de - 13de eeuw. De doopvont is omstreeks 1100 gehouwen uit een stuk Naamse steen. De wijwaterbakken en de hier en daar nog zichtbare zuilen-basis dateren uit omstreeks 1230.
Het pronkstuk van de kerk is de uit ca. 1500 stammende kruisgroep. Deze kruisgroep staat nog op haar oorspronkelijke plaats, op een dwarsbalk hoog in het koor. Men gaat er van uit dat de Maria- en Johannesfiguur van deze kruisgroep gemaakt zijn door de ‘Meester van Elsloo’. De ‘Meester van Elsloo’ werkte omstreeks 1500. De eikenhouten Christusfiguur is waarschijnlijk tussen 1400 en 1500 door een andere kunstenaar gesneden. Deze kruisgroep werd omstreeks 2000 gerestaureerd, waardoor o.a. de tekst op de dwarsbalk weer leesbaar werd.
Opvallend is de door de kerk omgeven robuuste toren. De in de toren aanwezige schietgaten wijzen er op dat deze, toen vrijstaande, toren vroeger nog een verdedigingsfunctie had. Toen de toren in de 16de eeuw, door de kerk omsloten werd, verdween deze verdedigingsfunctie.
Op de muur van de toren bevindt zich een in 1909 door Caspar Maintz geschilderde muurschildering, voorstellende de Bergrede. Deze vervallen muurschildering werd in 2003 gerestaureerd.
In een uitsparing van de toren staat een uit staal vervaardigde relikwieschrijn van de heilige Nikolaus in de vorm van een schip. De relikwieschrijn is in 1994 vervaardigd door de kunstenaar Werner Hupperts uit Würselen. In de mast van dit stalen schip is een gouden monstrans uit de tweede helft van de 19de eeuw verwerkt.
Onder het koor liggen de graven van het geslacht von Hanxler. De heren van het geslacht von Hanxler, die de Burg Gangelt bewoonden, heersten tot 1648 over Gangelt.
Het kerkhof
Op het kerkhof, staat vòòr de kerk een beeld van heilige Nikolaus. Het beeld, een geschenk van de gebroeders Claess uit Gangelt, markeert het graf van de pastoors en een bisschop. Op de begraafplaats zijn verder nog enkele grafkruisen uit de 17de en 18de eeuw aanwezig. Bezienswaardig is ook het neogotische graf van de in Gangelt geboren hulpbisschop van Keulen, Gottfried Anton Classen (overleden 1847) en zijn familie.
De Freihof
Volgens de kroniek stond ten westen van de Nikolauskerk een koningshof. Tot dit koningshof behoorde ook een gerechtshof met daarbij een “vrije regio” (Freihof).
Als iemand door het gerecht uit de stad verbannen was, maar hij daarna ongezien de Freihof bereiken kon, was hij gedurende 24 uur een vrij mens. Lukte hem dat een tweede keer, dan was hij voor 48 uur een vrij mens en lukte hem dat een derde keer, dan werd hem zelfs gratie verleend.
De oude marktplaats
Ten noorden van de kerk ligt de oude marktplaats. Vandaag de dag wordt hier nog steeds een keer per week een markt gehouden. Reeds in het jaar 1524 werd er door geschiedschrijvers een marktdag vermeld. Vanaf de 19de eeuw begon het aantal marktdagen af te nemen. Slechts de Aegidii markt is blijven bestaan.
Sinds 1988 wordt elk jaar op de 1ste adventszondag de zogenaamde Nikolausmarkt georganiseerd.
Het “oude” stadhuis
Aan de marktplaats ligt het “oude” stadhuis. In het jaar 1343, word het “oude” stadhuis voor de eerste keer vermeld als zijnde een lakenhal. Het gebouw werd in de loop der tijden door brand verwoest en weer opgebouwd om dienst te doen als burgerhuis en lakenhal (bestuurs- en handelscentrum) . Weer later wordt het een “Schuldthaus”, waar de tienden en de erfpacht betaald moesten worden.
In het jaar 1928 wordt het pand tot gemeentehuis verbouwd. Sindsdien is het pand in zijn vorm onveranderd gebleven.
De schandpaal
Vóór het “oude” stadhuis staat een schandpaal. Deze schandpaal, een donatie uit het jaar 1990, is een kopie van een oude schandpaal waaraan in het verleden de “kleine” fouten van de inwoners door spot en hoon bestraft werden.

Het klokkenspel.
Eveneens een donatie is het klokkenspel dat sinds 1985 aan de voorgevel van het “oude” stadhuis prijkt. Dit kleine carillon heeft 12 klokken, waarmee drie melodieën gespeeld kunnen worden.
Het Gerhard Mercator Reliëf
In de voorgevel van het “oude” stadhuis is een reliëf van Gerhard Mercator afgebeeld.
De landkaarttekenaar Gerardus Mercator (Latijnse naam) werd in 1512 als "Gheert Kremer" in Rupelmonde in Vlaanderen (België) geboren.
Zijn kinderjaren heeft hij in Gangelt doorgebracht, waar zijn vader schoenmaker was.

Waarschijnlijk heeft hij hier ook de Latijnse school bezocht.
Hij verhuisde naar ’s-Hertogen-bosch en vervol-gens studeerde hij aan de universiteit van Leuven. Hij specialiseerde zich in de geografie en de kosmografie.
In 1552 vestigde hij zich met zijn vrouw en zijn zes kinderen in Duisburg. In Duisburg verrichte hij metingen en vervaardigde hij landkaarten voor de hertog van Jülich-Kleve-Berg. In het jaar 1541 vervaardigde Mercator zijn 1ste globe en in 1554 de eerste kaart van Europa. In 1569 maakte hij zijn grote wereldkaart. Deze kaart werd wereldberoemd. Mercator kon met zijn zogenaamde cilinderprojectie de vlakken van een kogelvormige globe perfect op een vlakke kaart afbeelden. Hij is in 1594 in Duisburg gestorven en daar in de Salvatorkerk begraven. Zijn zoon Rumold heeft een jaar na zijn dood een wereldatlas met 107 kaarten uitgegeven.
In Gangelt wordt Mercator geëerd door middel van een monument in de vorm van een wereldbol. Deze wereldbol staat aan de rand van Gangelt, op een kruispunt (snijpunt) van twee meridianen, de 51ste noorderbreedte graad en de 6de oosterlengte graad.
Het huis van de vroegere postkantoorhouder
Tegenover het “oude” stadhuis staat aan de markt het huis (“Optik Mertens”) van de vroegere postkantoorhouder ( de familie Horrichs). Hier werden de postkoetsen voorzien van verse paarden en de passagiers werden verzorgd. In het jaar 1516 was Franz von Taxis de postkantoorhouder.
Het huis is een van de oudste huizen in Gangelt. Oorspronkelijk bestond het huis alleen uit het souterrain. De voorkant van het huis werd diverse keren veranderd. In de gevel en in de achterkant zijn de geveljaartallen uit de 17de en de 18de eeuw te zien.
De stadsversterking
In de veertiende en vijftiende eeuw kreeg Gangelt een stadswal bestaande uit stenen vestigingsmuren met dertien torens. Naast de schiettorens waren er vier poorttorens (stadpoorten). De toenmalige vier stadspoorten waren elk naar een windrichting gebouwd. In het jaar 1818 is de westelijke Sittardse stadspoort (Millenerpoort) wegens bouwvalligheid afgebroken. Van deze stadspoorten zijn er nu nog twee over; de Heinsberger poort en de Bruch poort. Ook behouden zijn de Burgtoren en delen van de stadsmuur.
Rond de stadswal (een stenen verdedigingsmuur met een elf meter brede gracht ervoor) was een tweede verdedigingsgordel, de landweer, aangelegd. Deze landweer bestond uit een aarden wal, die met een ondoordringbare heg was beplant. Bovendien was buiten de landweer nog een gracht gegraven, die aan de doorlaatplaatsen voorzien was van zware slagbomen.
Heinsberger poort.
De Heinsberger poort is gebouwd omstreeks het jaar 1400. Het is een twee verdiepingen tellende poorttoren. De eerste verdieping werd vroeger als gevangenis gebruikt.
De doorgang is een tonvormig gewelf met aan de zijkanten nissen. In een nis stond vroeger een Mariabeeld. Het Mariabeeld is vervangen door een beeldje voorstellende de jezuïetenpater en kroniekschrijver Jacobus Kritzraedt.

Jacobus Kritzraedt
Jacobus Kritzraedt werd in 1602 in een huis in de buurt van de Heinsberger poort geboren. Jacobus Kritzraedt bracht zijn kindertijd door in Gangelt, waar zijn vader burgermeester was.
Toen hij zich in 1636 als Jezuïet in Sittard gevestigd had, begon hij met het schrijven van de kroniek van zijn geboorteplaats Gangelt. In acht jaar tijd stelde Kritzraedt een driedelig opus samen over de driehonderdjarige geschiedenis van Gangelt.
Hij had daarvoor de oorkonden van Gangelt van 1300 tot 1644 (enkele originele oorkonden bevinden zich nog in het gemeentearchief) verzameld. Meer dan honderd van deze documenten zouden verloren zijn gegaan als Kritzraedt ze niet over geschreven had.
Jacobus Kritzraedt is in 1672 in Keulen gestorven.
De burchttoren
De 21 meter hoge burchttoren (“Burgturm”) behoort net als de ‘Heinsberger Tor”, de “Bruchtor” en een stukje stadsmuur tot de resten van de vroegere stadsversterkingen.

In 1364 wordt het burchttoren-complex voor het eerst als soeverein kasteel vermeld. Het kasteel wordt in het jaar 1484 door een enorme brand vernield en vervolgens weer door het riddergeslacht “von Hanxler” herbouwd. Het riddergeslacht “von Hanxler” heeft plusminus 200 jaar als landvoogd over Gangelt en omgeving geregeerd. In 1542 wordt de Burchttoren opnieuw vernield en vervolgens herbouwd. Het complex wordt uitgebreid met een toren en stadspoort. Nadat het riddergeslacht “von Hanxler” rond het jaar 1700 uitgestorven was, werd het kasteel, met uitzondering van de burchttoren, vernield.
In de negentiende eeuw werden beschermende maatregelen genomen om de historische burchttoren te behouden en te restaureren. In de tweede helft van de twintigste eeuw is de vijf verdiepingen tellende toren door de familie Conzen omgebouwd tot torenwoning.
Tekst en foto’s: M. Senden.
Excursie 2010.
Onze jaarlijkse excursie was dit keer op zaterdag 9 oktober en wel naar het “Nederlands Mijnmuseum” te Heerlen. Dit museum is gevestigd in enkele overblijfselen van de vroegere mijn Oranje Nassau I, waar in 1974 de laatste kolen in Limburg naar boven kwamen.
We vertrokken om ca. 1030 uur met zo’n 12 personen vanaf de Schoolstraat. Om 1100 werden we in het “Nederlands Mijnmuseum” welkom geheten door onze gids de heer May Schlösser, een voormalige onder-houdsbankwerker van de staatsmijn Wilhelmina.
De excursie werd gestart in het oude schachtgebouw, waar gedurende 30 minuten een tweetal films vertoond werden. De eerste film was een stomme (geluidsloze) film uit de jaren 1920, die een globaal beeld gaf van het mijnbedrijf. De tweede film van DSM uit 1973 had als titel “De mannen van de 546”. Deze film liet een werkdag van een mijnwerker van begin tot eind (z.g. schicht) zien.
Het zware en gevaarlijke werk in de mijn werd in beeld gebracht. Van het handwerk in de beginfase van de mijnbouw tot het latere moderne en mechanische losmaken van de kolen. Ook het aanbrengen van de ondersteuningen tegen instortingen evolueerde van handmatig zwaar werk naar de uiteindelijk latere hydraulische wandelondersteuning. Ook nog zwaar werk.
Om de kolen uiteindelijk bovengronds te krijgen werden diverse soorten transporteurs gebruikt. Via ketting- / bandtransporteur gingen de gedolven kolen naar mijnwagons waarin ze naar de schacht werden gebracht. In de beginperiode gingen deze mijnwagons via de lift naar boven om daar gelost te worden. Later werd ook het z.g. Skip gebruikt, waarbij de kolen ondergronds in een enorme grote bak gestort werden. Die bak, met een gewicht van een tiental tonnen, werd in een keer naar boven gehaald, om daar leeggestort te worden.
Na de vertoning van de films was er koffie en vlaai.
Na de pauze werden we rondgeleid door de gids dhr. Schlösser. Bij het begin van de rondleiding, gaf de gids aan de hand van een dwarsdoorsnede van een mijn, uitleg over de opbouw en de werking van een steenkoolmijn. Hoe men uiteindelijk bij de te ontginnen kolenlagen kwam en hoe het een en ander in zijn werk ging.
In het schachtgebouw konden we op 3 verdiepingen kennis maken met de meest uiteenlopende zaken. Uiteraard de schacht zelf, met daarin de kooi die tot vervoer diende van zowel mens als kolen. Men zag het systeem van de seinen voor de verschillende soorten vervoer.
Verder waren er in de expositieruimten van het schachtgebouw diverse instrumenten en gereedschappen, ondersteuningsmiddelen tegen instorten, beschermingsmiddelen en kleding van de mijnwerker te zien. Er was een duidelijk verschil tussen de werkkleding van de mijnwerker en de beambte. Er werd ook aandacht besteed aan de veiligheid in de mijn. Er werd in het bijzonder stilgestaan bij de bestrijding van stof. In vitrines lagen fossielen met diverse afdrukken zoals varens uitgestald.
Verder was er een indrukwekkende verzameling van zowel benzine- als acculampen uit diverse landen aanwezig. De benzine lamp die gebruikt werd om de aanwezigheid van mijngas aan te tonen, de acculampen voor de arbeider die diende als lichtbron.
Buiten stonden diverse locomotieven die ondergronds werden gebruikt. Zowel de diesellocomotief als ook de door perslucht aangedreven locomotief was er te zien. Deze laatste werd b.v. in de staatsmijn Hendrik gebruikt i.v.m. aanwezigheid van veel mijngas.
Hierna volgde een bezoek aan het ophaalgebouw. Boven in het gebouw was de ophaalmachine te bezichtigen. Deze machine zorgde voor het neerwaartse en opwaartse transport met de lift van goederen en personen. Dit transportsysteem werd geregeld door middel van seinen.
Met een dankwoord aan de gids namen we afscheid en keerden een ervaring rijker terug naar Brunssum.
Tekst: Karel van Kervinck
Excursie 2011.
Kasteel Amstenrade.
Op zaterdag 1 oktober 2011 werd door de Heemkundevereniging Brunssum een excursie naar kasteel Amstenrade georganiseerd. De animo voor deze excursie was groot. Ongeveer 30 personen hadden zich aangemeld voor de rondleiding. Er werden twee groepen gevormd van plusminnus 15 personen. Elke groep werd door een gids (gravin Leila van Lidth de Jeude - d'Ansembourg en dhr. Wim Douven) gedurend een uur rondgeleid door het kasteel, althans door die ruimten die voor de bezoekers open gesteld waren. De aandacht ging vooral uit naar enkele bijzondere kamers met voor een deel 18de eeuws interieur. Na de rondleiding hebben een aantal personen het Engelse landschapspark bezocht.
Foto: De eerste (of tweede) groep excursisten in de grote zaal van Kasteel Amstenrade. (Foto: R. Scholten).
Foto: De tweede (of eerste) groep excursisten met uiterst links gravin Leila van Lidth de Jeude - d'Ansembourg. (Foto: R. Scholten).
Foto: Het economiegebouw van kasteel Amstenrade vanaf de courzijde. (Foto: R. Scholten).
Open Monumenten Dag.
Jaarlijks wordt in heel Nederland de ‘Open Monumenten Dag’ georganiseerd in het 2e weekend van de maand september. Elk jaar wordt er een voor het hele land geldend thema gekozen. Elke heemkundeorganisatie en/of gemeente staat het vrij hoe aan dat thema gestalte wordt gegeven.
De Heemkundevereniging Brunssum was organisator bij de volgende onderwerpen:
Open Monumentendag - 2001 - Huis en Haard.
Interieur uit voorgaande perioden.
Open Monumentendag - 2002 - Handel.
In "de schaapskooi" werden
regionale producten, vervoermiddelen en handelsrouten in een tentoonstelling
samengebracht.
Een video presentatie maakte het belang van het aardewerk uit Brunssum en
Schinveld duidelijk.
Open Monumentendag - 2003 - Boerenbouw.
In Brunssum en de Onderbanken was het mogelijk meerdere boerderijen te bezoeken. Voor de jeugd was er de kans om onder leiding van een kunstenaar hun artistieke talenten te ontvouwen.
Open Monumentendag - 2004 - Verdediging.
In de hal van ons bestuurscentrum werd een expositie ingericht waaraan medewerking werd verleend door leerlingen van 't Romboutscollege, ’t JFC - hoofdkwartier en schutterij St. Gregorius de Grote.
Daarnaast zagen de
bezoekers een militaire maquette die geplaatst was rond de slag in de Ardennen
1944, uniformen van verschillende onderdelen van meerdere nationaliteiten,
Brunssumse foto's, terwijl de opslag van materiaal op de steenberg te zien was
op een video. Bovendien werd er een fietstocht samengesteld, die langs het AWACS
vliegveld naar de verdedigingswerken van Gangelt en de motte naast de Merkel
voerde.
Open Monumentendag - 2005 - Religieus
erfgoed.
Bezoekers konden kennis
maken met kerkgebouwen en de zich daarin bevindende religieuze- en
kunstvoorwerpen. Tevens werden ze opmerkzaam gemaakt op de zeer verschillende
architectuur. D.m. v. een vouwblad met korte tekst en afbeelding werd dit
toegankelijk gemaakt. Opengesteld waren St. Barbarakerk - Treebeek, Apostolisch
Genootschap - Treebeek, Fatimakerk - Indje, St. Gregoriuskerk - Brunssum en St.
Vincentiuskerk - Rumpen.
In deze laatste was bovendien een tentoonstelling te zien waar middels foto’s,
beelden en keramiek de ontwikkeling van de wijk Rumpen in beeld werd gebracht.
Open Monumentendag - 2006 - Feest.
De keuze van dit thema wordt bepaald door het feit, dat nu 20 jaar geleden is dat de nationale Open Monumenten Dag van start ging. Ons voornemen, om op zaterdag 9 september, in het centrum, met feestelijke dansen en klanken dit feit te vieren, hebben we werkelijkheid laten worden dankzij de medewerking van de drumband Scouting Brunssum, de Poolse zang- en dansgroep Podlasie, Drumfanfare – Majorettenpeloton Parcifal en de Sittardse dansgroep Foekepot. In café Ouwe Mert werd het feest in beeld gebracht door een 100 jaar oude bierpomp met de bijbehorende drankwetvergunning e.d. In het centrum werden in etalages 10 Brunssumse feesten gepresenteerd, die in foto`s vastgelegd werden door onze stadsgenoot Anton Adriaens. Daarnaast was in de vitrine van een chocolaterie een servies te bewonderen, dat vervaardigd werd in het Klei-atelier Brunssum; dus uit de jaren 1950.
De organiserende Heemkundevereniging Brunssum presenteerde zich op het plein met een stand waar alle geproduceerde boeken en oude kaarten te zien waren.
Open Monumentendag - 2007 - Monumenten van de 20e eeuw.
Dit jaar was het nationale thema “Monumenten van de 20e eeuw”.
Aangezien Brunssum zich sinds het begin van de 20e eeuw, in samenhang met de mijnbouw, stormachtig ontwikkelde vinden we hier architectuur in een grote verscheidenheid. Die kunnen we zien in woonwijken, scholen, kerken, winkels, gemeenschapshuizen, parken en individuele woningen.
Om deze onderwerpen onder de aandacht en “zichtbaar” te maken hebben we een wandeltocht samengesteld van ± 8 km met een tijdsduur van zo’n 2 uur. Daarnaast zijn er 2 fietstochten van 15 km en 10 km op papier gezet. De St. Gregoriuskerk was geopend en daar was een tekst die iets vertelde over het idee achter de architectuur en het interieur. 24 belangstellenden kwamen de kerk bekijken, zij waren zonder uitzondering aangenaam verrast.

Het start- en eindpunt was het café “de Ouwe Mert” gelegen aan de oude markt, in de Dorpstraat. In het café hadden we een kleine fotopresentatie van individuele woningen samengesteld en hier werden de routebeschrijvingen van de wandel- en fietstochten voor de prijs van € 1.00 aangeboden.
De wandeltocht voerde van de oude markt via de Linde- en Mozartstraat naar het vijverpark; daarna door de promenade, langs de algemene en Britse begraafplaats en de geopende St. Gregoriuskerk naar de gereconstrueerde oude markt.
De eerste fietstocht leidde via de Julianastraat naar het vijverpark, de Beemden en de Haansberg naar de Langeberg, om via het Schuttersveld (inclusief ‘t Schutterspark) langs het ziekenhuis en de Rozengaard terug naar het startpunt.
De tweede fietstocht voerde je door de Heufkestraat naar het ridderkwartier ( Bexdelle). Daarna reed je door het Amstenraderveld, stak over naar Treebeek en nam je het fietspad om via Op de Vos, in de Hemelder te komen. Daarna ging het door de Essenstraat bergaf naar het startpunt.
Omdat de beide fietstochten in een gezamenlijk boekje zaten konden de deelnemers de beide routes met of zonder pauze op de oude markt aan elkaar breien.
Verder kan nog opgemerkt worden dat de weergoden ook dit jaar ons goed gezind waren.
Tekst Sjir Reinartz. Foto Marcel Senden.
Open Monumentendag - 2008 - Sporen uit het verleden.
Op de ‘Open Monumentendag 2008’ (zondag 14 september 2008) heeft de ‘Heemkunde-vereniging Brunssum’ in samenwerking met de ‘Stichting Historische Bron van Brunsham’ in het Heemkundelokaal aan de Schoolstraat 4 in Brunssum een expositie gehouden met als thema: Sporen uit het verleden. Op deze expositie waren onder andere oude foto’s (veel uit de privé-verzameling van Jo Chiaradia) van Brunssum te zien met o.a. de Staatsmijn Hendrik en Emma, mijnwoningen, straatbeelden en sportverenigingen. Sommige van deze foto’s van Brunssum waren nog nimmer getoond. Daarnaast waren er voorwerpen te zien uit het mijnwerkersbestaan en het boerenleven in vroegere tijden.
Ook werden er foto’s en voorwerpen getoond uit de beginjaren van de openbare elektriciteitvoorziening in Brunssum. Verder werd er aandacht besteed aan het mysterieuze fenomeen ‘de Landgraaf’. De werkgroep Wegkruisen had een aantal corpussen en tekstplaten tentoongesteld. De werkgroep Genealogie stelde haar verzameling bidprentjes ter inzage. De werkgroep Dialectgroep heeft door middel van spreekwoorden het verleden onder de aandacht gebracht.

Meer dan 100 bezoekers hebben we geteld. Het mooie weer was beslist geen spelbreker. Er is door de organisatie veel aandacht besteed aan de promotie van deze Open Monumentendag, zowel in de media als door middel van het verspreiden van 50 affiches. Opvallend is dat de term “oude foto’s” een toverwoord is, waarmee altijd veel belangstellenden gelokt kunnen worden. Veel leden van onze vereniging (waarvan ook vele op deze dag aanwezig waren) hebben een grote bijdrage geleverd aan deze expositie. Velen hebben foto’s en voorwerpen uit hun privé-collecties tijdelijk voor deze expositie ter beschikking gesteld. De organisatie is dan ook iedereen dankbaar, die elk op zijn of haar wijze een bijdrage heeft geleverd aan deze mooie dag. Een speciaal dankwoord willen wij toch richten aan de familie Raets, die hun tuin, waar een terrasje was ingericht, ter beschikking heeft gesteld. Ik denk dat we deze Open Monumentendag 2008 als zeer geslaagd mogen bestempelen.

Open Monumentendag 2008 in het heemkundelokaal aan de schoolstraat nr. 4 te Brunssum.
Door: Marcel Senden. Foto: Marcel Senden
Open Monumentendag - 2009 - Op de Kaart.
Op zondagmiddag 13 september heeft de Heemkundevereniging Brunssum in samenwerking met de Stichting Bron van Brunsham in het Gemeenschapshuis Concordia, in het kader van “Open Monumentendag 2009” een expositie gehouden, waarin oude landkaarten enz. van Brunssum te zien waren.

Het thema van “Open Monumentendag 2009” was: “Op de Kaart” (Atlassen en landkaarten enz.). Op de tentoonstelling waren een groot aantal kaarten en plattegronden van Brunssum en omstreken te zien. Tevens was er een tiental grote luchtfoto’s van Brunssum te bekijken. Een tafel was gereserveerd voor oude ansichtkaarten. Men kon ook oude atlassen inkijken.
De tentoonstelling heeft ongeveer 60 bezoekers getrokken, die ruimschoots de tijd namen om alle kaarten, boeken en foto’s te bekijken.

Door: Marcel Senden. Foto’s: Wim Jorritsma.
Open Monumentendag 2010.
De Heemkundevereniging Brunssum hield in samenwerking met de Stichting Bron van Brunsham in het kader van Open Monumentendag op zondag 12 september 2010 een expositie met als thema: “De St. Gregoriuskerk en haar omgeving rond het kruispunt Dorpstraat / Kerkstraat”.
De expositie werd gehouden in het kerkportaal van de St. Gregoriuskerk. Op deze tentoonstelling werden tientallen historische foto’s getoond van de omgeving van het kruispunt Dorpstraat / Kerkstraat. Verder waren er foto’s te zien van de oude St. Gregoriuskerken (het Unitas en de koepelkerk).
Er werd een film en een diapresentatie getoond van de opgraving op het Unitasterrein waarbij de fundamenten van de alleroudste kerkjes van Brunssum blootgelegd werden.
De bovenstaande pentekening geeft een impressie van het kerkje rond 1780. De pentekening is gemaakt door Jan Halmans.
Er werd ook een film getoond met daarop een rondleiding door de huidige Gregoriuskerk. Verder was is er een rondleiding met een gids door de kerk. Gedurende deze middag werd door de heer Seevens op gezette tijden het orgel bespeeld.
Door: Marcel Senden. Foto: Ruud Scholten.
Overige activiteiten
6 juni 2004, werd het eerste lustrum van de heemkunde Brunssum gevierd.
In het gebouw van Scouting St. Franciscus aan de Dorpstraat bij het Fatimabeeld werd een tentoonstelling georganiseerd over diverse historische ontwikkelingen, omgeven door demonstratie en voorlichting.
De tentoonstelling was ingericht met veel inspiratie en inzet van leden van de vereniging.
Oude documenten, foto ‘s en geschriften die er te zien waren en niet te vergeten de taferelen uit de oude doos ondersteund door schetsen en fotomateriaal en gebruiksvoorwerpen.
De film over 40 jaar staatsmijnen en 50 jaar koningin Wilhelmina waren goed bekeken documenten en gaven een goede blik op Brunssum in 1948. Diverse bekende Brunssummers waren herkenbaar op de film aanwezig. De werkgroep dialect gaf in een gezellig ingerichte hoek onder het genot van vlaai en koffie gesprekken en lezingen waarbij vele bezoekers met hun eigen verhalen een bijdrage aan het gebeuren gaven.
De werkgroep genealogie liet in de aan haar gegeven opdracht zien hoe een buurt zich gedurende 270 jaar ontwikkelde. Een presentatie over archeologie in de geschiedenis van Brunssum, werd gepresenteerd aan de hand van ter beschikking gesteld plaatmateriaal van de Historische Stichting Bron van Brunsham.
Een groot aantal personen hebben die dag genoten van wat een heemkundevereniging zoal heeft te bieden.
Tentoonstelling Emmastaete 4 december 2006 tot en met begin januari 2007
Op maandag 4-12-2006 werden de gevelstenen die ooit de hoofdingang van de staatsmijn Emma sierden, geplaatst op het voorterrein van het zorgcentrum Emmastaete, gelegen aan de Akerstraat in Treebeek.
De initiatiefnemers hebben de ‘Heemkundevereniging Brunssum’ gevraagd een bijdrage aan dit gebeuren te leveren.
Op de voorafgaande zaterdag zijn we met 5 man en 2 vitrines naar Treebeek gegaan om te zien welke mogelijkheden te benutten waren. In de centrale hal van het zorgcentrum Emmastaete hebben we onze spullen een geschikte plaats gegeven.
Het resultaat is een tafelvitrine waarin betaalmiddelen als bankbiljetten, munten en gedenkpenningen te zien zijn, die alle een duidelijke relatie hebben met mijnbouw. Echter niet alleen met kolenmijnbouw, dus ook met de winning van metalen en mineralen. Je ziet dan niet alleen Nederland maar ook diverse landen in Europa en andere werelddelen.

In een 2e hoge vitrine hebben we spullen tentoongesteld die in ons clublokaal doorlopend te zien zijn. Ze zijn regionaal en lokaal gebonden; witte tegel, 10x20 cm, tekst “Staatsmijn Hendrik”, bruine tegel 15x15 cm, tekst “Staatsmijn Emma”, crèmekleurige tegel, tekst “Regeringsjubileum 1898 - 1938 Staatsmijnen. in Limburg”.
Bord Ø 28 cm, wit, tekst “Ter Herinnering Kinderfeest Nederlandse Mijnwerkers Bond Brunssum”. Bord Ø 25 cm, kobalt en goud, tekst “NKMB”. Bord Ø 25 cm, wit met gouden rand, tekst "Nederlandse Katholieke Mijnwerkersbond".
Verder een ondergronds te gebruiken gradenboog met een indeling in 90° en 100° met daarnaast als blikvanger een maquette van de Emma-schacht, compleet met opschrift.
Boven op deze vitrine plaatsten wij een schilderij van de hoofdingang van staatsmijn Hendrik; we zijn uiteindelijk een Brunssumse club, nietwaar.
Begin januari 2007 hebben we onze bijdrage weer opgehaald.
Tekst: Sjir Reinartz. Foto: Ed van Gelder.
Korendag in d’r Brikke Oave.
Op zondag maart 2007 hield het mannenkoor RMK 1921 in het kader van haar 85-jarig bestaan in de Brikke Oave een Korendag. Er werden op die dag concerten gegeven en een sociale markt gehouden. Op die markt heeft de Heemkunde-vereniging Brunssum zich gepresenteerd door middel van een stand met foto’s van het RMK en nog andere koren.
Expositie Mijn-verleden in d’r Brikke Oave.
Van zondag 25 t/m woensdag 28 maart werd in d’r Brikke Oave een expositie gehouden om de ramp op de Staatsmijn Hendrik van 24 maart 1947 te herdenken. De Heemkundevereniging Brunssum heeft door middel van het exposeren van een aantal aan de mijnbouw gerelateerde attributen in een tweetal vitrines, een bijdrage geleverd aan de expositie.

Viering 150 jaar verschijning Maria in Lourdes
In februari 2008 was het 150 jaar geleden, dat de Maagd Maria in Lourdes in een grot verscheen aan Bernadette Soubirous. In het kader van dit jubileum organiseerden de bewoners van Onder-Merkelbeek een viering op 10-2-2008.

Op die dag werd om zes uur een “kort” lof gehouden in het Clemens-kerkje van Merkelbeek (op de Kling), gevolgd door een lichtprocessie, voorafgegaan door 2 leden van de schutterij.

Maar liefst 150 mensen kwamen om zes uur naar de viering in het propvolle kerkje en liepen daarna mee in een korte lichtprocessie naar de Lourdesgrot.
De Heemkundevereniging Brunssum (dhr. Reinartz, dhr. Halmans en dhr. Senden) had in het kader van deze viering een folder gemaakt met een korte historische beschrijving van de Lourdesgrot, het Clemenskerkje en het klooster van Merkelbeek. Deze folder werd tijdens de viering uitgereikt.
Op een stand was ook nog andere informatie m.b.t. de Heemkundevereniging Brunssum te verkrijgen
Daarnaast had dhr. Chiaradia een collage gemaakt van foto’s / prentbriefkaarten uit de om-geving van het kerkje. Deze collage was voor en na de dienst in het kerkje te bezichtigen.
De heren Vos, Jetten, Reinartz, Cals, Chiaradia en Senden waren bij de viering aanwezig om de activiteiten van de Heemkundevereniging Brunssum rond deze viering te ondersteunen.
Dhr. Cals had voor de viering processiepaaltjes en vaandels ter beschikking gesteld.
Door: Marcel Senden. Foto’s: Marcel Senden.
Herdenking Mijnramp Staatsmijn Hendrik 1928
Op zondag 13 juli 2008 was het precies tachtig jaar geleden dat de eerste grote mijnramp in de geschiedenis van de Staatsmijnen plaatsvond. In breukpijler 436 van de Staatsmijn Hendrik maakte een mijngasontploffing een einde aan dertien levens. De ramp kostte 34 kinderen hun vader.
Op initiatief van de Heemkundevereniging Brunssum werden op zondag 13 juli in een mis in de kerk St. Vincentius á Paulo te Rumpen de omgekomen mijnwerkers herdacht.
Aan nabestaanden (kleinkinderen) werd de gelegenheid geboden om zelf een kaars te ontsteken ter ere van de overledene. Van de kleinkinderen waren Heleen Hartman en Arend Lunenborg aanwezig. Het "Glück Auf" van het kerkkoor was indrukwekkend. Verder was de mis sober.
Inleiding mis door Ed. van Gelder.
Geen van ons hier aanwezig weet hoe zijn of haar leven eruit ziet vanmiddag om 20 minuten over twee. Stilletjes gaan we ervan uit dat we dan bezig zijn met dat we ons hebben voorgenomen.
Nu, vandaag precies tachtig jaar geleden en op dit tijdstip, waren op de Staatsmijn Hendrik honderden mijnwerkers bezig met hun arbeid. En ook bij hen zal nagenoeg niemand de gedachte hebben gehad dat ze het einde van hun dienst niet zouden gaan halen. Hooguit alleen bij degenen die last hadden van bijgelovigheid. Het was immers vrijdag en vrijdag de dertiende ligt bij sommigen wat gevoelig.
Om twintig over twee maakte een mijngasontploffing een einde aan het leven van 13 koempels. De ontploffing had een verwoestende uitwerking op haar omgeving. Illustratief daarvoor is dat pas dertien dagen later reddingswerkers de plaats konden betreden waar de ontploffing was ontstaan. Daar konden zij twee koempels bergen. Weer een dag later kon uiteindelijk de laatste dode worden gelokaliseerd en geborgen.
Naar de oorzaak van de ramp werd onderzoek gedaan, onder andere door het verhoren van allen die de gedode koempels die fatale dag het laatst hadden gesproken of gezien. Het waren vaak emotionele verhalen die konden worden opgetekend. Omdat alle rechtstreeks betrokkenen er niet meer waren, kreeg alle informatie een persoonlijke kleur. De directie van de Staatsmijnen, die leiding gaf aan het onderzoek, moest dan ook oppassen dat deze verhalen niet de vorm gingen aannemen die ook wel wordt beschreven als “ik heb het gezien van iemand die het gehoord heeft”. Maar uiteindelijk slaagde zij er toch in een aanvaardbare beschrijving van de ramp samen te stellen.
Het eindrapport verscheen in oktober 1928. Het is door de Heemkundevereniging in bewerkte vorm gepubliceerd in deel 3 van de Brunssumse geschiedenissen en te koop bij de lokale boekhandels, de VVV en de sigarenzaak van Hermans.
Vandaag herdenken we hier de eerste grote mijnramp uit de geschiedenis van de Staatsmijnen met het ontsteken van een kaars voor elk slachtoffer. Graag wil ik de koempels Cals, Jeurissen en Joosten bedanken voor hun bereidheid om deze taak uit te voeren.
Op ons verzoek in de media aan familieleden om zich te melden voor het zelf komen ontsteken van een kaars zijn enkele reacties gekomen. Van een der omgekomenen wilde zijn dochter deze mis bijwonen. Helaas kan dat niet doorgaan omdat zij in het ziekenhuis moest worden opgenomen met een longontsteking. Vanaf deze plaats willen wij haar van harte een voorspoedig herstel toewensen.
Verder wil ik het kerkbestuur en pastoor Ceriani bedanken voor hun bereidwilligheid om het de Heemkundevereniging mogelijk te maken een stukje geschiedenis van Brunssum onder uw aandacht te kunnen brengen.
In de mis werden de namen van de omgekomenen door in mijnkleding gestoken koempels, de heren Cals, Jeurissen en Joosten voorgelezen.
Wij herdenken:
- Voorman-houwer L.J.H. Campers. Hij werd 32 jaar, was gehuwd en vader van zes kinderen waarvan de jongste pas twee maanden oud.
- Houwer B. Hartman. Hij werd 28 jaar, was gehuwd en vader van vijf kinderen waarvan de jongste 9 maanden. Zijn kaars zal worden ontstoken
door zijn kleindochter.
- Hulphouwer H.J. Heldens. Hij werd 36 jaar, was gehuwd maar had geen kinderen.
- Houwer R.W. Huisman. Hij werd 28 jaar, was gehuwd en vader van een 10 maanden oude baby.
- Meester-houwer-dd hulpopzichter H. Jongen. Hij werd 31 jaar, was gehuwd en vader van vier kinderen.
- Houwer A. Latawice uit Polen. Hij werd 39 jaar, was gehuwd en pas 11 maanden in dienst van de Hendrik. Onbekend is of hij kinderen had.
- Tussenschacht-seingever G. Lentink. Hij werd 28 jaar, was gehuwd en vader van drie kinderen waarvan de jongste zes maanden.
- Hulphouwer A. Lunenborg. Hij werd 31 jaar, was gehuwd en vader van vier kinderen waarvan de jongste 8 maanden. Zijn kaars zal worden
ontstoken door zijn kleinzoon.
- Houwer R. Rademakers. Hij werd 35 jaar, was gehuwd en vader van vier kinderen.
- Houwer J. Rautert uit Duitsland. Hij werd 32 jaar, was gehuwd en vader van vier kinderen.
- Houwer W. Schmitz. Hij werd 30 jaar, was gehuwd en vader van een kind.
- Houwer-reserve schietmeester A. Skovronski uit Oostenrijk Hij werd 47 jaar, was gehuwd en vader van vier kinderen.
- Hulphouwer A. Strach uit Joego-Slavië. Hij werd 28 jaar en was ongehuwd.
Met het ontsteken van de laatste kaars herdenken wij alle koempels die op welke wijze ook, zowel direct als ook indirect, hun leven hebben gegeven in dienst van de mijn.
Door: Ed. van Gelder.
2e Lustrum, tentoonstelling, zondag 7 juni 2009.
Op zondag 7 juni heeft de Heemkundevereniging Brunssum haar tien jarig bestaan gevierd d.m.v. een tentoonstelling in het scoutinggebouw van Scouting Sint Franciscus aan de Fatima-rotonde aan de Dorpstraat.
Op deze tentoonstelling, die door meer dan 100 bezoekers werd bezocht, waren veel foto’s van Brunssum van vroeger te zien. De foto’s ware thematisch gerangschikt op panelen, voorzien van verklarende teksten en achtergrondinformatie.

Er was ruimte gereserveerd waar een aantal voorwerpen met betrekking tot het mijnwerkersberoep te zien waren.

De werkgroep Wegkruisen liet enkele van haar crucifixen zien. Tevens stond er een houten kruis met een bloemenkrans.
Deze bloemenkrans was een voorbeeld van de bloemenkransen die werden gemaakt door de leden van de werkgroep Wegkruisen. Rond Palmzondag en in de Goede Week zijn deze bloemenkransen om meerdere wegkruisen in Brunssum gehangen.
Aan een van de wanden van de expositieruimte hingen een drietal panelen met daarop een selectie van berichten en advertenties uit het weekblad ‘Brunssum Aktueel’ uit de jaren 1988 tot en met 1990.
De werkgroep Genealogie presenteerde een tweetal fotolijsten met bijzondere bidprentjes uit de bidprentjesverzameling. Op een aantal tafels lagen een aantal ordners met meer dan duizend bidprentjes. De bezoekers konden deze bidprentjes op hun gemak inzien.
De werkgroep Dialect had een aantal wolken met bijzondere spreekwoorden aan het plafond gehangen. Verder presenteerde zij een overzicht van de vruchten (gedichten, verhalen en folders) van haar activiteiten, in de vorm van een collage.
Na of tijdens de bezichtiging van de tentoonstelling konden de bezoekers in het koffiehoekje uitrusten bij een kopje koffie met een plakje cake.
Door: Marcel Senden. Foto’s: dhr. Ed. Jasker.
Presentatie Vrouwenvereniging St. Barbara Treebeek.
Op dinsdag 9 juni 2009 werd door de Heemkundevereniging Brunssum op verzoek van de Vrouwenvereniging St. Barbara Treebeek een dia-avond gehouden. Op deze avond, die gehouden werd in het oude KAJ-gebouw aan de Sterrenstraat in Treebeek, werden tientallen foto’s van het Leeuwstuk en Treebeek van vroeger getoond.
De presentatie werd samengesteld door dhr. Jo Chiaradia. De avond werd bijgewoond door ongeveer zeventig bezoekers. Daar deze bezoekers hoofdzakelijk wonen of gewoond hebben in Treebeek en het Leeuwstuk, waren de vertoonde foto’s bronnen van herkenning en kwamen er veel verhalen los over lang vervlogen jaren.

Het mag dan ook niet verwonderlijk zijn, dat deze avond behoorlijk uit liep, hetgeen een teken is dat de presentatie een succes is geweest.
Door: Marcel Senden. Foto’s: mevr. T. Lunenborg.
Fotopresentatie bij Stichting Ouderenwelzijn Brunssum.
Op woensdag 21 oktober 2009 werd door de Heemkundevereniging Brunssum op verzoek van de Stichting Ouderenwelzijn Brunssum een diamiddag gehouden. Op deze middag, die gehouden werd in de Brikke Oave, werden tientallen foto’s van Brunssum van vroeger getoond.
Er werden o.a. oude klassen-, familie- en verenigingsfoto’s getoond. Verder waren er oude foto’s van straten met markante winkelpanden te zien. Ook oude foto’s met activiteiten in het vijver- en Schutterspark riepen duidelijk herinneringen op.
De presentatie werd samengesteld door dhr. Jo Chiaradia.
De middag werd bijgewoond door ongeveer vijfenveertig bezoekers.
Door: Marcel Senden.
De onthulling van het Mijnwerkersmonument, zaterdag 18 september 2010.
Mede dankzij het mooie weer waren omstreeks 14.00 uur een groot aantal belangstellenden aanwezig op de locatie van het mijnwerkersmonument bij het schachtwiel aan de Akerstraat.
Ceremoniemeester Karel van Knippenberg heette iedereen van harte welkom en kondigde vervolgens het programma aan.
Na deze aankondiging volgde een eerste muzikale bijdrage van het Heerlense Schalmeienkorps “Glück Auf”.
Vervolgens hield Ed van Gelder, bestuurslid van de Heemkundevereniging Brunssum, een bevlogen toespraak getiteld “Eindelijk”, die in zijn geheel te lezen is aan het einde van dit verslag.
Ed. van Gelder houdt toespraak.
Gedurende het intermezzo werd door de zangvereniging De Bronsheimers een lied gezongen. Na de toespraak van Theo van de Wetering, bestuurlid van de Stichting Carboon, droeg Ed Joosten een dialectgedicht voor. Dit gedicht was geschreven door een van de kinderen van mijnwerker Aarts uit Echt, die omkwam bij het werk in de mijn.
Hierna hield wethouder Richard de Boer een toespraak, waarna hij samen met gemeenteraadslid Hugo Janssen, het monument onthulde. Het prachtige monument is gemaakt en geleverd door dhr. Hein Wanders.
Direct na deze onthulling volgde de kranslegging. Wethouder Richard de Boer en gemeenteraadslid Hugo Janssen legden een krans namens de Gemeente Brunssum. De heren Ed van Gelder, Ed Joosten en Frans Cals legden een krans namens de Heemkundevereniging Brunssum. Tenslotte legde Mevr. Geurts uit Wittem een krans ter nagedachtenis aan haar vader, de houwer Johan Jozef Schmets uit Wittem, die in 1947 omkwam bij de ramp op de staatsmijn Hendrik.
Kranslegging door Ed van Gelder, Ed Joosten en Frans Cals.
Na deze kranslegging brachten het Schalmeienkorps Glück Auf en de zangvereniging De Bronsheimers het lied Glück Auf ten gehore.
Na afloop van deze onthulling werd iedereen uitgenodigd op koffie en gebak in het gemeenschapshuis Concordia. Bijna iedereen liep achter het spelende Schalmeienkorps Glück Auf aan, richting Concordia, waar genoten werd van heerlijke koffie en vlaai.
Toespraak door Ed van Gelder
“Eindelijk”
Eindelijk. Naar mijn bescheiden mening is dit, door mij zo met nadruk uitgesproken woord, vandaag en hier uitstekend op zijn plaats.
Eindelijk hebben we in Brunssum een monument dat is opgericht voor de mijnarbeider, de koempel in de meest brede zin van zijn betekenis.
Het woord eindelijk kan ook worden gebruikt wanneer we kijken naar de totstandkoming van dit monument.
Na de oprichting van de Heemkundevereniging Brunssum op 2 juni 1999 werd gestart met een inventarisering van de lokale historie en wat er bewaard is gebleven aan objecten, geschriften en andere voor eenieder toegankelijke zaken. Dan kun je natuurlijk niet om de mijn Hendrik heen. Een klein stukje historie maakt dat duidelijk.
(Het is nu 14.14 uur. Op dit tijdstip is het 43 jaar en 286 dagen geleden dat de laatste kolen van de Hendrik hier achter ons boven kwamen).
Tijdens die zojuist genoemde inventarisering kwam de conclusie boven dat er, middels beelden, geschriften, gebouwen en wijken de nodige verwijzingen bestaan naar het mijnverleden, maar dat de koempel, de mens die een fysiek zware arbeid moest verrichten ter verkrijging van meer welvaart, er in het openbare beeld maar bekaaid af kwam.
Het in 1921 ingestelde rectoraat Rumpen vierde haar zilveren bestaan met een prachtig monument gemaakt door Charles Vos. Dat beeld, genaamd “Christus in de Mijnstreek” en nu staande in de Rumpenerstraat, kan worden opgevat als een eerste verwijzing in de Brunssumse openbare ruimte naar het bestaan van die koempel. Pas in 1986 kreeg Brunssum een wat realistischer beeld . Zo dadelijk, na afloop van deze onthulling, wanneer we ons begeven naar zaal Concordia, passeren we een door Sjef Drummen in brons gegoten koempel.
Met de zo dadelijk plaats vindende onthulling krijgt Brunssum nu eindelijk ook een heel ander soort monument. Een monument dat blijk geeft van erkenning dat de mijnarbeid niet alleen een kwestie is geweest van bloed, zweet en tranen, maar ook van mensenlevens.
En niet zo weinig ook. Want wanneer we van de 153 ondergronds omgekomen koempels de tweemaal dertien slachtoffers van de rampen van 1928 en 1947 aftrekken, dan resteren nog altijd 127 verongelukten. Dat is toch nog gemiddeld iets meer dan 2 doden per productiejaar.
Naast diegenen die hun leven hebben gegeven voor een paar mud kolen is dit monument ook opgericht voor de talloos velen die hun gezondheid hebben ingeleverd. Niemand kent hun aantal, maar het zijn er vele.
We zien in het Brunssums stadsbeeld nog met enige regelmaat mensen die hun leven moeten delen met een zuurstoffles, of die op andere wijze een blijvend ongemak hebben opgelopen als gevolg van hun arbeid aan het kolenfront. Ook zij worden, door middel van dit monument, naar wij mogen hopen, aan de vergetelheid onttrokken en daarmee blijvend geëerd.
Het zo dadelijk te onthullen monument staat op een van historie doordrenkte grond. Nergens anders komt de verwevenheid van de nu niet meer bestaande Staatsmijn Hendrik en dit monument zo prominent tot uiting.
Omringd door gebouwen die onverbrekelijk met de Staatsmijn Hendrik zijn verbonden en daarom ook tot monument zijn verheven. Absolute topper daarin is het pand Akerstraat 12, daar waar, zoals in de toenmalige geschriften werd vermeld “den Hoofdingenieur” woonde.
Het is ons niet bekend wie de eerste bewoner is geweest. We weten alleen dat per 1 juli 1917 de aanstelling van Eduard Wintgens tot hoofdbedrijfsingenieur heeft plaats gevonden. En dat hij op nummer 12 heeft gewoond weten we ook.
De gemeente Brunssum mag zich dan ook gelukkig prijzen met de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1982. Die heeft er voor gezorgd dat er nu een straat met zijn naam binnen onze gemeentegrenzen valt.
Diezelfde herindeling heeft er ook voor gezorgd dat wij nu beschikken over een beschermd gezicht mijnkoloniën.
Dus, goed beschouwd is er in het huidige Brunssum het nodige bewaard gebleven dat verwijst naar het mijnverleden. In de vorige week huis-aan-huis verspreide krant ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Brunssumse HEMA kan een stukje worden gelezen van de hand van onze burgemeester. In dat geschrift zegt hij dat wij trots moeten zijn op ons mijnverleden. Daar kunnen wij ons volledig in vinden. Maar om trots te zijn op dat verleden dien je wel over de nodige feitenkennis te beschikken.
De Heemkundevereniging hoopt dan ook van harte dat onze burgemeester het voor elkaar gaat krijgen dat ook binnen de Gemeentelijke burelen die trots gaat aanslaan, uiteraard gepaard gaande aan de bijbehorende feitenkennis.
En we zouden helemaal trots zijn als de erkenning van de vele offers die de Staatsmijn Hendrik heeft geëist, er toe zou leiden dat er s-avonds een lampje bij dit monument gaat branden. En dat er een bankje komt waarop de koempels een beetje bijeen kunnen zitten om herinneringen op te halen.
Dit zijn mijn laatste woorden en menigeen zal denken: eindelijk.
De zangvereniging De Bronsheimers en het Schalmeienkorps Glück Auf
Door: Marcel Senden.
Wijkmarkt West
Op zondag 15 mei 2011 is in Brunssum West (Treebeek e.o.) de zogenaamde “Wijkmarkt West” gehouden.
Namens de Heemkundevereniging Brunssum was de dhr. Jo Chiaradia aanwezig met een door hem vervaardigde expositie van oude foto’s van de wijk Treebeek e.o.. Deze expositie was van 11 tot en met 17 uur te zien in een van de zalen van het casino in Treebeek.
Dhr. Jo Chiaradia had 8 panelen gemaakt met daarop oude foto’s gerangschikt volgens de thema’s: “Het Amstenrader Veld”, “Leeuwstuk en Treebeek in oorlogs-tijd”, “Oude zaken in Leeuwstuk en Treebeek”, “Het oude Beamten casino”, “Het Leeuwstuk”, “Het Treebeekplein”, “Scholen in Brunssum West”, “Staatsmijn Emma” en “Kinderen in het Leeuwstuk en in Treebeek”.
Dhr. Jo Chiaradia (rechts) in gesprek met een bezoeker.
De interresse voor deze foto-expositie was overweldigend. Honderden mensen hebben de oude foto’s bekeken. Bij menigeen maakte deze foto’s herinneringen los uit hun kindertijd en jeugd. Verhalen uit vervlogen jaren werden onderling uitgewisseld. Uit al deze reacties is gebleken dat de bezoekers veel plezier hebben beleefd aan deze foto-expositie van dhr. Jo Chiaradia.
Foto’s: Dhr. J. Chiaradia en dhr. R. Scholten.
Parelfestijn.
De Heemkundevereniging Brunssum was op zondag 28 augustus 2011 van 10.00 tot 16.00 uur met een stand aanwezig op het Parelfestijn (braderie met attracties en koopjes) gehouden in het centrum van Brunssum. Onze stand was te vinden in de buurt van de Brikke Oave ( zie foto).
Foto: De stand van de Heemkundevereniging Brunssum vlak na de opbouw om 10.00 uur ´s ochtends. (foto: J. Chiaradia).
Het was deze dag redelijk mooi weer, plusminus 20° en geen regen. Om 9.00 uur startte de opbouw door de heren Chiaradia, Jeurissen en Pierik. Zij hebben de stand ook om 16.00 uur afgebroken. Gedurende de hele dag waren langere of kortere tijd leden van de Heemkundevereniging Brunssum (de heren Chiaradia, van Gelder, Jeurissen, Pijls, J. Theunissen en Pierik) aanwezig bij de stand, om uitleg te geven bij de gepresenteerde voorwerpen. Er werden voornamelijk spullen uit het mijnmuseum getoond. Behalve mijnspullen waren er ook bidprentjes en oude foto’s te zien. Aan de hand van folders en posters werd uitleg gegeven over de activiteiten van de Heemkundevereniging Brunssum. Tot ieders tevredenheid was er meer dan voldoende aandacht van de bezoekers aan het Parelfestijn.
Lezing: Het mysterie van de houten bommen
Op woensdag 19 oktober 2011 werd in Hotel Amicitia in Hoensbroek een lezing gehouden georganiseerd door Heemkundevereniging Brunssum in samenwerking met Heemkundevereniging Hoensbroek. In deze lezing ging de Vlaamse historicus Jean Dewaerheid in op het mysterie van de houten bommen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers, om de Geallieerden te misleiden, bijna overal in Europa nepvliegvelden aangelegd. Deze nepvliegvelden toonden valse startbanen en valse gebouwen, dat alles opgetuigd met houten vliegtuigen.
In 1940 bouwde de Duitse bezetter een militaire luchthaven op het grondgebied van Melsbroek. Dit vliegveld bestaat nog steeds en wordt nu gebruikt door het Belgisch leger. In Peutie, een deelgemeente van de Belgische gemeente Vilvoorde in de provincie Vlaams-Brabant, werd een nepvliegveld aangelegd dat als afleiding moest dienen voor het vliegveld Melsbroek. En in Peutie zouden de Engelsen de houten vliegtuigen, gebombardeerd hebben met houten bommen. Waar of niet waar?
Dewaerheid vond het hele verhaal zo fantastisch dat hij zich er in ging verdiepen. Een dorpeling vertelde hem dat hij had gezien dat iemand zo'n bom had meegenomen.
Heemkundigen uit de omgeving deden het verhaal af als een indianenverhaal en daar hadden ze aannemelijke argumenten voor. De Royal Air Force zou nooit vliegtuigen en het leven van de piloten op het spel zetten voor zulke grapjes. Het zou ook technisch onmogelijk zijn geweest om zulke bommen te droppen.' Al snel bleek dat een onderzoek twee duidelijke partijen ging opleveren: enerzijds de verhalen van betrouwbare getuigen, anderszijds de mening van mensen die een heel stuk van hun leven hadden gewijd aan oorlogsgeschiedenis.
Uiteindelijk kwam Dewaerheid terecht bij Pierre-Antoine Courouble, die het enige boek had geschreven over de houten bommen. Daartoe had hij 71 getuigenissen verzameld. ‘Maar of dat ook het geval is geweest in Peutie, valt niet meer te bewijzen. Het kan zeker wel, want in Peutie was er effectief een nepvliegveld, met acht of negen houten vliegtuigen.'
Op basis van zijn onderzoek, zo liet onze spreker ons weten, acht ik het gebruik van houten bommen bewezen. ‘Er zijn Duitse “gebruiks-aanwijzingen” voor de houten bommen gevonden. En in een museum in Sainte-Mère l'Eglise is zelfs een houten bom te zien die in 1944 werd gelost in Normandië. En er zijn foto's van heuse nepdorpen.
Camouflage en misleiding waren dus zeker een realiteit in de oorlog.' In Schotland zou er nog een 88-jarige piloot zijn die zelf houten bommen heeft gedropt.
Om de man met de houten bom van Peutie op te sporen, deed hij een oproep naar
informatie maar maakte zich bij voorbaat weinig illusies. Een getuige
terugvinden na bijna 70 jaar leek hem een onmogelijke taak. De plaatselijke pers
werkte mee en al gauw ontving hij de eerste reacties. Die waren allen afwijzend
want niemand geloofde in het sprookje. Het was daarenboven technisch onmogelijk
zulke bommen te droppen. Waarom zouden de Geallieerden de vijand verwittigen dat
ze zijn list doorhadden?
Het dilemma werd voor de spreker steeds duidelijker: twee betrouwbare verzetsmensen met een goed geheugen, en een rits specialisten die hun leven hadden gewijd aan de plaatselijke geschiedenis. Dan komt de vraag: waar ligt de waarheid?
Hij nam contact op met het RAF-museum (Hendon), het Imperial War Museum (Duxfort) en nog enkele andere Engelse organisaties die zich bezig Houden met WO2.
Resultaat: nul op de gehele lijn. Men wist van niets, of toonde zelfs niet de minste interesse voor het verhaal. Klapstuk was een antwoord waarin men hem verwees naar het boek van Courouble!
Uiteindelijk maakte het zijn toehoorders in Amicitia niet uit of het verhaal waar is of niet. De manier waarop de spreker zijn verhaal vertelde was zodanig opgebouwd dat alle aanwezigen bijna letterlijk aan zijn lippen hingen. Na afloop mocht hij dan ook vele complimenten in ontvangst nemen van uitermate tevreden toehoorders. Zelden heeft mij een verhaal zo geboeid als dat van Jean Dewaerheid!
Door: Ed. van Gelder.
Dialectvoordrachten
Voordrachtmiddag in “Op De Bleek” te Schinveld
Op donderdag 23 oktober 2008 hebben de dialectgroepen van de heemkundeverenigingen Brunssum en de Veersjprunk (Onderbanken) een dialect-voordrachtmiddag gehouden in verzorgingshuis “Op De Bleek” te Schinveld. De voordrachtmiddag werd door zowel publiek alsook de voordrachtkunstenaars goed ontvangen.
Reeds een tweetal jaren hebben de dialectgroepen van de heemkundevereniging Brunssum en de Veersjprunk uit Onderbanken regelmatig contact. Twee keer per jaar ontmoeten de twee werkgroepen elkaar, afwisselend in ons eigen home aan de Schoolstraat en in het honk van de Veersjprunk in het “Kloeëster” in Schinveld. Naar aanleiding van een vraag van het bestuur van Veldeke (de opstart van een “Sjrieverskrink” ) wilden de Brunssummers graag hun oor te luister leggen bij de Onderbankers. Het contact is tot stand gekomen door Sjir Reinartz die in beide dialectgroepen zitting heeft. Al snel bleek dat beide groepen geen heil zagen in dit traject. Wel was het onderlinge overleg zo goed en plezierig verlopen, dat men besloten heeft om twee keer per jaar samen aan tafel te gaan zitten. Hier is ook het idee geboren om samen een dialect-voordrachtmiddag te organiseren. Er werd gebruik gemaakt van de kontakten die de Veersjprunk met het verzorgingstehuis Op de Bleek heeft. Lei Dohmen van de Veersjprunk legde de kontakten en op 23 oktober konden wij in de startblokken.
Sophie Fokkema, Jan Halmans, Ron Logister en Wiel Roeselers togen naar Schinveld en ontmoetten daar hun collega’s Lei Dohmen, Louis Peters en Frans Pfeifer. Het werd geen strak geplande middag maar een gezellige en gemoedelijke bijeenkomst. Afwisselend werden gedichten en verhalen (al dan niet uit eigen werk) voorgedragen. Rekening houdende met de leeftijd en de conditie van het publiek was gekozen voor luchtige, humoristische en herkenbare verhalen en gedichten. De toehoorders waren een en al oor en hebben zich kostelijk geamuseerd. Het was jammer dat Thei Janssen dit niet meer heeft mogen meemaken. Zijn teksten hadden hier uitstekend in gepast en zijn kwaliteiten als muzikant hadden voor een prachtig intermezzo kunnen zorgen. Dit laatste werd nu verzorgd met behulp van een CD van Frits Rademacher. De activiteitenbegeleidster van Op de Bleek dankte aan het einde de voordrachtkunstenaars en het publiek begeleidde dit met een welgemeend applaus.
Bij de evaluatie die beide groepen op 20 november in het Kloeëster hielden werden alle plussen en minnen breed uitgemeten en wat het belangrijkste was dat de conclusie was dat we dit vaker moeten doen!
De Stichting Ouderenwelzijn Brunssum heeft al kontakten gelegd en is in februari-maart 2009 aan de beurt. Leuk voor de schrijvers, goed voor de instandhouding van ons dialect, reclame voor de heemkundeverenigingen en gezellig voor het publiek!
Door: Wiel Roeselers.
Voordrachtmiddag in “d’r Brike Oave”
Vlak voor het losbarsten van de drie dolle dagen verzamelden de leden van de dialectgroepen van de heemkundeverenigingen Brunssum en de Veersjprunk (Onderbanken) zich in d’r Brikke Oave, om weer een gezamenlijke dialect-voordrachtmiddag te houden. In de zomer van 2008 werden de eerste kontakten gelegd met de Stichting Ouderen Welzijn Brunssum (SOB) en na vele mailwissels en het “richten” van de nodige agenda’s werden 3 dagen geprikt: 18 februari in d’r Brikke Oave, 26 maart in Treebeek en op 6 april in Noord. Woensdag voor carnaval de Brunssumse vuurdoop dus. Met de ervaringen van “Op de Bleek” in Schinveld in de rugzak togen de 7 mannen en een dame, als sneeuwwitje en de 7 dwergen naar d’r Brikke Oave om een sprookje waar te maken. En een sprookje werd het! De voordrachtmiddag werd door zowel publiek alsook de voordrachtkunstenaars goed ontvangen.
Zoals reeds eerder bericht in de Heemkunde Bron, heeft de werkgroep dialect de handen ineen geslagen met hun Veersjprunk-collega’s. De vruchten van deze samenwerking kunnen we nu reeds plukken. In oktober 2008 hebben we een dialectvoordracht verzorgd in huize “Op de Bleek” te Schinveld. Een beetje schoorvoetend maar een succesvolle bijeenkomst. Inmiddels werden kontakten gelegd met het SOB. Hier zijn een drietal datums uit voort gekomen om onze kunsten aan de leden van de SOB ten gehore te brengen.
Zowel voordrachtkunstenaars als publiek wisten in het begin niet goed wat men van elkaar mocht verwachten, doch het ijs was snel gebroken. Het publiek reageerde erg enthousiast en dat nodigde de voordrachtkunstenaars uit om alles uit de kast te halen.
Het werd op enig moment zelfs een leuke wisselwerking tussen “artiesten” en publiek.
Sophie Fokkema, Lei Dohmen, Jo Gelissen, Jan Halmans, Louis Peters, Frans Pfeifer, Wiel Roeselers en Jan Theunissen stortten een waterval van gedichten, verhalen en spreekwoorden over het aandachtige publiek uit en mogen terug kijken op een schitterend optreden. Er werd werk van eigen hand voorgedragen, alsook werk van Ron Logister, die niet aanwezig kon zijn en uiteraard ook van Thei Janssen.
De dialectgroep heeft goede zaken gedaan: we hebben ons als groep (en vereniging) aan het publiek laten zien, hebben bezoekers een plezierige middag kunnen bezorgen en de dialectgroepleden hebben kunnen proeven dat hun werk gewaardeerd wordt.
We kijken al uit naar de volgende 2 middagen!
Door: Wiel Roeselers
Dialectvoordrachten voorjaar 2008
Deze voordrachten worden gehouden op: Donderdag 26 maart 2009 - van 1400 tot 1600 uur - in het KAJ-gebouw in Treebeek (Sterrestraat 60a)Maandag 6 april 2009 - van 1400 tot 1600 uur - in Brunssum Noord (Seniorenflat Henri Dunantstraat 519).

Spreker Jan Halmans (Heemkundevereniging Brunssum) tijdens de dialect-voordrachtmiddag in verzorgingstehuis “Op de Bleek” in Schinveld.
Door: Wiel Roeselers.
Voortzetting dialectvoordrachten
Zoals u in de vorige uitgave van de Heemkunde Bron hebt kunnen lezen, is er in de loop van het voorjaar een reeks van dialectvoordrachtmiddagen gehouden.
We hebben u reeds bericht over de voordrachtmiddag in d'r Brikke Oave.
Op 26 maart verzamelde de voordrachtkunstenaars van de Veersjprunk en ons cluppie zich in het oude KAJ-gebouw aan de Sterrenstraat in Treebeek.
We troffen hier een wat kleinere groep aan dan in het centrum van Brunssum maar niet minder enthousiast!
Alhoewel de start wat schoorvoetend was, kregen de voordrachtkunstenaars toch snel de handen van het publiek op elkaar.
Een voorzichtige start was eigenlijk wel te voorzien geweest immers, vanuit de historie is Treebeek een nogal erg Nederlands sprekende wijk.
Veel mensen uit Friesland, Groningen en Drenthe, die indertijd in d mijnen kwamen werken vonden hun woonplek in Treebeek.
Enfin, zoals gezegd, na een schoorvoetend begin was het een succesvolle bijeenkomst.

V.l.n.r.; Wiel Roeselers, Lei Dohmen, Sophie Fokkema-Schlenter en Jan Halmans.
Op 6 april was de voordrachtmiddag in Brunssum-noord gepland. Wegens verbouwingswerkzaamheden werd voor deze activiteit uitgeweken naar d'r Brikke Oave. Deze laatste bijeenkomst was voor een erg klein publiek. De omvang van de groep Brunssum-Noord is niet zo groot en een aantal mensen had zich niet voor de middag aangemeld. Daardoor konden slechts 12 mensen ons begroeten, de stemming was er echter niet minder om.
Alles bij elkaar kunnen we constateren dat de dialectgroep, samen met de collega's van de "Veersjprunk"een succesvol tournee hebben gemaakt.
Sinds oktober 2008 zijn we een 4-tal keren paraat geweest om een voordrachtmiddag gestalte te geven. Wij hebben kunnen zien dat het dialect in de belangstelling staat.
Dat schrijvers blij zijn dat ze hun pennenvruchten aan het publiek kunnen presenteren en dat de “ontvangers" blij zijn met een aardige middag.
Een wisselwerking die aan twee kanten hout snijdt en tevens hebben we telkens weer de naam van de vereniging kunnen uitdragen.

V.l.n.r.; Wiel Roeselers, Lei Dohmen en Sophie Fokkema-Schlenter.
Zoals bekend bieden successen uit het verleden geen garantie voor de toekomst, maar het loont de moeite om na te denken over onze inzet in het najaar 2009 en het voorjaar 2010. Lej Dohmen van de "Veersjprunk" heeft kontakten met het damesgilde van Onderbanken en wil trachten op deze wijze een groter publiek te bereiken.
In het Brunssumse loopt er nog steeds een lijntje richting Zonnebloem om nog eens iets voor elkaar te betekenen.
Wellicht tot uit beide kontakten wat moois groeit voor de periode 2009/2010.
Door: Wiel Roeselers
Kieeke noa Vreuger in bibliotheek Schinveld.
De bibliotheek Onderbanken organiseerde in samenwerking met de fotogroep van heemkundevereniging De Veersjprunk op zondag 8 november 2009 een foto-, film- en dialectmiddag onder het motto: Kieeke noa Vreuger.
Naast de aandacht voor foto en film kwam ook het dialect in woord en gezang aan bod. De zanggroep “Four Fun” uit Schinveld zong dialectliedjes uit eigen repertoire.
De Veersjprung (dhr. Lej Dohmen) heeft de werkgroep dialect van Brunssum gevraagd om een bijdrage te leveren.
Samen met de mensen van Onderbanken, onder leiding van Lej Dohmen, hebben leden van de werkgroep Dialect van de Heemkundevereniging Brunssum; Sophie Fokkema, Jan Halmans, Ron Logister, Jan Theunissen, Wim Gerards en Wiel Roeselers voorgedragen uit eigen werk.
Vier kalle plat in ’t Nonke Buusjke, zondag 11 juli 2010.
Zondag 11 juli was niet zomaar een zomerse zondag.
Oranje speelde voor de derde keer een WK-finale, het was bloedje heet, Robert Gesink liet zich bij de eerste echte bergetappe voortreffelijk zien en ….. dialectgroepen van de heemkundevereningen Brunssum en de Veersjprunk uit Onderbanken presenteerden zich in het Nonke Buusjke!
Een prachtig nostalgisch decor voor een middagje sappig dialect.
Foto: Sophia Fokkema houdt haar voordracht.
Frans Peiffer en Louis Peeters beide namens de Veersjprunk en Sophia Fokkema, Ron Logister en Wiel Roeselers vormden het Brunssumse smaldeel. Wegens omstandigheden konden Jan Halmans, Jan Theunissen en Wim Gerards helaas niet van de partij zijn.
De voordrachten waren afwisselend, veelal uit eigen werk, humoristisch, ernstig en nostalgisch.
Ondanks de verzengende hitte waren ca 35 toehoorders naar het Nonke Buusjke gekomen en genoten zichtbaar van de verhalen en gedichten.
Ze vormden een aandachtig, enthousiast en dankbaar gehoor.
Kortom; …. een succes.
Door: Wiel Roeselers. Foto: Jeu Borger.